Beerbreweries in Amsterdam

Amsterdam beer has conquered the world, but Amstel and Heineken have not been brewed in the city since 1988. Which does not mean that no beer is made here anymore. In the last decade, Amsterdam has added ten breweries. These small local breweries produce around 5 million liters of beer annually, of which Brouwerij ‘t IJ is responsible for the production.

Brouwrij ‘t IJ in a former bathhouse next to Molen de Gooyer was founded in 1985 by musician Kasper Peterson. On tour in Belgium he became fascinated by the specialty beers that he got to taste there, on which he decided to make his own Amsterdam beer.

The classics of the brewery are the Zatte and the Wet, respectively a triple and a double, with alcohol percentages of 8% and 6.5% fairly solid beers. The range has been expanded with, for example, Plzen, amber colored Columbus and the sturdy white beer IJwit. Seasonal beers are the IJnderjaars (end of year), spicy with caramel and citrus fruits, IJbok in the autumn and the spring PaasIJ (Easter egg).

The beers are brewed in the old bathhouse and in a nearby location. In the beautiful authentic renovated tasting room they are all tasting from cozy jars. A popular outing, also for business groups.

By the end of the day the room is full and in the summer there is a cheerful crowd on the terrace. Long tables and beer provide an informal atmosphere in which it is easy to make contact with the local population.

De grafsteen is nog altijd goed leesbaar: ‘Op haar verzoek is begijn Cornelia Arents in de goot begraven op 2 mei 1654’. Aan dat verzoek, zo wil het verhaal, was aanvankelijk echter niet voldaan. Wonderbaarlijke krachten zorgden ervoor dat uiteindelijk toch aan haar laatste wens werd voldaan

Cornelia Arents was hoofd van de begijntjes, vrome katholieke vrouwen die het Begijnhof vlak achter de Kalverstraat bewoonden. Arents kon bijna een eeuw na de protestantse hervorming nog steeds niet verkroppen dat de katholieke kerken in handen van de protestanten waren gevallen.. O hadden de begijnen hun kerk midden in het Begijnhof in 1578 moeten afstaan aan de Engelse presbyterianen. Niettemin werden de begijntjes daarna nog steeds in deze kerk begraven.

Arents wilde dat pertinent niet en gaf aan liever in de goot langs het kerkpad begraven te worden. Nadat zij toch in de kerk was begraven, vonden de begijnen haar kist de volgende ochtend buiten de kerk. Opnieuw werd ze in de kerk begraven, maar de volgende dag stond de kist weer buiten. Daarna zou Cornelia in de goot zijn gelegd. Nog elk jaar wordt op haar sterfdag, 2 mei, het graf met bloemen versierd.

Het Begijnhof is niet echt onbekend, maar Arents grafsteen loop je zo voorbij en los daarvan is het zeker de moeite waard hier weer eens een kijkje te nemen. Bijvoorbeeld om een blik te werpen in de katholieke kapel tegenover de Engelse kerk, waar de begijnen naar verbannen waren na de hervorming. Of om het Houten Huis, een van de oudste huizen van de stad, te bewonderen. Het stamt uit 1528 en heeft daarom stenen zijmuren, die sinds 1521 verplicht waren in verband met brandveiligheid. Maar het skelet en de voorgevel zijn van hout. Het huis is verschillende keren gerestaureerd, de laatste keer in 1979, en wordt nauwgezet onderhouden. Het ziet er daardoor bijna nieuw uit en dat is eigenlijk ook een soort wonder.

Wie over de Overtoom richting het Leidseplein fietst, rijdt halverwege door een plotselinge wolk van paardenlucht. Midden in de stad is dat een verrassende ervaring. Die ook weer niemand hoeft te verbazen, want de Hollandsche Manage is hier al sinds 1882 gevestigd. Het gebouw, ontworpen door architect Dolf van Gendt die ook het Concertgebouw ontwierp, is een rijksmonument.

De ingang is aan de andere kant, in de Vondelstraat. Hier wacht een nieuwe verrassing. Zodra je de passage die de entree vormt inloopt, stap je de negentiende eeuw binnen. Het is niet moeilijk je voor te stellen hoe paardenjongens hier destijds af en aan liepen met de paarden van de villabewoners aan de overkant van de straat. De manage werd gebouwd om deze bewoners stalruimte voor hun paarden te kunnen bieden.

Nog steeds staan er 54 paarden in de stallen die worden ingezet bij rijlessen en bij de zogenoemde carrousel demonstraties. Daarin maken ruiters in klassieke kleding, de dames in amazonezit, op muziek kunstige figuren en formaties. Bezoekers kunnen die bekijken vanaf de kant in de bak of vanaf het balkon op de eerste etage. Daar heb je ook goed zicht op de kapconstructie, destijds een spectaculair kunststukje.

Maar de verborgen schat in dit gebouw is zonder twijfel de foyer in neoclassicistische stijl waar in 130 jaar ook weinig veranderd lijkt te zijn. De hand van de ontwerper het het Concertgebouw is hier niet moeilijk te herkennen. Maar in plaats van muziekliefhebber treffen we hier gewoon de wachtende pappies en mammies van de rijschoolleerlingen.

Bezoekers van het Levend Paardenmuseum, zoals de manage zich sinds kort afficheert, krijgen in deze stijlkamer – die ook wordt verhuurd – een kopje koffie aangeboden. Op afspraak wordt hier ook een high tea geserveerd en voor een extra bijzondere ervaring kunnen mensen met rijervaring daar nog een rijles op dameszadel bijboeken.

Maandagochtend is het verzamelen op de Noordermarkt. Het plein rond de Noorderkerk aan het begin van de Prinsengracht is dan het terrein voor een echt goede brocante-markt. Een walhalla voor verzamelaars, maar ook een verzamelpunt voor koopjesjagers en snuffelaars.

Er is van alles te vinden, van serviesgoed tot meubilair, van schilderijtjes tot zilverwerk, boeken en platen, sieraden, huisraad en meer aardige spullen uit oma’s tijd. En kleding, tweedehands of restpartijen. Bij sommige stalletjes liggen de T-shirts, jurkjes en rokjes in bergen opgetast, die gretig door de dames worden doorzocht. Meestal is er wel een passpiegel en anders adviseren wildvreemde koopsters elkaar wel.

Op een mooie dag is het druk op de markt, maar de sfeer is er altijd erg gemoedelijk. Naast het vinden van goede koopjes, zit een groot deel van het plezier hem in het ongedwongen contact met de kooplui en de andere bezoekers. Die paar uur op maandagmorgen heerst er een sterke saamhorigheid, die zich uitstrekt tot de omliggende terrassen waar deze ochtend iedereen bij elkaar aanschuift.

Op de Westerstraat is op maandag ook een gewone markt en op zaterdag biedt de Noordermarkt ruimte aan een grote biologische markt. De rest van de week is de Noordermarkt een prettig lege ruimte rondom de statige protestantse Noorderkerk die tussen 1620 en 1623 naar ontwerp van Hendrick de Keyser is gebouwd.

De Jordaan is rijk aan horeca en er is een groot aantal klassieke café’s en restaurants die al ijzeren jaren meegaan en waarschijnlijk nooit zullen verdwijnen. Een kleine concentratie van horeca is gevestigd in de Tweede Tuindwarsstraat. Tegen de achtergrond van de Westertoren , die als het meezit staat te gloeien in de avondzon, trekt hier een eindeloze parade aan binnenstadbewoners voorbij.

Je raakt niet uitgekeken. Veel jonge hipsters die zich graag laten zien – binnen een half uur helemaal op de hoogte van de laatste modetrends -, maar ook allerlei volk van andere pluimage. Autochtone Jordanezen, flamboyante dames op leeftijd, pluizige studenten, sportschoolklanten, en wat onvaste tred en de schrijnwerker die om de hoek woont.

Er zijn mensen die betreuren dat de Jordaan niet meer de volkswijk van vroeger is. Maar met de gemêleerde bevolking van nu heeft de buurt nog steeds zijn heel eigen sfeer, die mede wordt bepaald doordat het leven zich hier zeker ‘s zomers in belangrijke mate op straat afspeelt. En ondertussen is er nog zoveel dat wel is gebleven.